Zorgverlener en patiënt: partners in eHealth

​Dankzij de beschikbaarheid van een aantal eHealth-basisdiensten, kunnen patiënten de zorg die zij nodig hebben beter inpassen in hun dagelijks leven. Maar wat betekent dit voor zorgverleners?

Uit de eHealth-monitor 2016 blijkt dat patiënten niet altijd op de hoogte te zijn van de eHealth-mogelijkheden bij hun zorgverleners. Een van de aanbevelingen is dan ook dat zorgverleners patiënten actief moeten stimuleren om hun online diensten te gebruiken. Waarom zou een zorgverlener die moeite doen? Welke meerwaarde heeft eHealth voor de manier waarop zorgverleners goede zorg leveren? En hoe kan een programma- of projectleider zorgverleners motiveren tot het gebruik van eHealth-diensten. 

Op 11 mei kijken we naar deze meerwaarde van digitale zorg, voor patiënten én voor zorgverleners. We laten zien waarom de rol van zorgverleners zo belangrijk is om het gebruik van eHealth te vergroten. Met ervaringsverhalen van zorgverleners, projectleiders en patiënten laten we zien hoe onder andere het eConsult, online inzage en een persoonlijk gezondheidsomgeving werken in de praktijk. 

Deelnemers krijgen praktische handvatten aangereikt om draagvlak voor eHealth te vergroten in de eigen praktijk. Patiënten geven aan wat voor hun prettig werkt, en zorgverleners leren de mogelijkheden van eHealth te communiceren naar patiënten en het gebruik hiervan te vergroten. Want alleen als zorgverleners het inzetten van eHealth zinvol vinden, wijzen zij patiënten op de mogelijkheden en bekijken ze samen welke vorm van eHealth bij de patiënt past. 

Praktische informatie

Locatie: centraal in het land
Tijd: van 16.00 – 21.00 uur
Doelgroep: medisch specialisten, huisartsen, verpleegkundig specialisten en programma-/projectleiders uit zorgorganisaties.
Accreditatie: Voor deze bijeenkomst wordt accreditatie aangevraagd
Aanmelden: Aanmelden is mogelijk vanaf 30 maart 2017

Heeft u vragen over de bijeenkomst? Neem dan contact op met het programmateam Patiëntparticipatie via patientparticipatie@nictiz.nl

Nictiz

De moderne patiënt stelt zijn eigen diagnose

​​Iedereen kan eigen gezondheid in de gaten houden; maar is de arts daarbij gebaat?


De modern​e patiënt stelt zijn eigen diagnose

Slimme pleisters, onderbroeken, armbanden en contactlenzen: de snel groeiende hoeveelheid ‘wearables’ stelt iedereen in staat zelf zijn gezondheid in de gaten te houden. Zijn artsen daarbij gebaat of leidt het alleen maar tot nodeloos doktersbezoek?​

Nictiz-expert Johan Krijgsman is door de Volkskrant gevraagd naar zijn opinie over zelfmetingen.  Lees het volledige artikel uit de wetenschapsbijlage van de Volkskrant.

Nictiz

Impact of Social Processes in Online Health Communities on Patient Empowerment in Relationship With the Physician: Emergence of Functional and Dysfunctional Empowerment

Background: Substantial research demonstrates the importance of online health communities (OHCs) for patient empowerment, although the impact on the patient-physician relationship is understudied. Patient empowerment also occurs in relationship with the physician, but studies of OHCs mostly disregard this. The question also remains about the nature and consequences of this empowerment, as it might be based on the limited validity of some information in OHCs. Objective: The main purpose of this study was to examine the impact of social processes in OHCs (information exchange with users and health professional moderators, social support, finding meaning, and self-expressing) on functional and dysfunctional patient empowerment in relationship with the physician (PERP). This impact was investigated by taking into account moderating role of eHealth literacy and physician’s paternalism. Method: An email list–based Web survey on a simple random sample of 25,000 registered users of the most popular general OHC in Slovenia was conducted. A total of 1572 respondents completed the survey. The analyses were conducted on a subsample of 591 regular users, who had visited a physician at least once in the past 2 years. To estimate the impact of social processes in OHC on functional and dysfunctional PERP, we performed a series of hierarchical regression analyses. To determine the moderating role of eHealth literacy and the perceived physician characteristics, interactions were included in the regression analyses. Results: The mean age of the respondents in the sample was 37.6 years (SD 10.3) and 83.3% were females. Factor analyses of the PERP revealed a five-factor structure with acceptable fit (root-mean-square error of approximation =.06). Most important results are that functional self-efficacy is positively predicted by information exchange with health professional moderators (beta=.12, P=.02), information exchange with users (beta=.12, P=.05), and giving social support (beta=.13, P=.02), but negatively predicted with receiving social support (beta=−.21, P<.001). Functional control is also predicted by information exchange with health professional moderators (beta=.16, P=.005). Dysfunctional control and competence are inhibited by information exchanges with health professionals (beta=−.12, P=.03), whereas dysfunctional self-efficacy is inhibited by self-expressing (beta=−.12, P=.05). The process of finding meaning likely leads to the development of dysfunctional competences and control if the physician is perceived to be paternalistic (beta=.14, P=.03). Under the condition of high eHealth literacy, the process of finding meaning will inhibit the development of dysfunctional competences and control (beta=−.17, P=.01). Conclusions: Social processes in OHCs do not have a uniform impact on PERP. This impact is moderated by eHealth literacy and physician paternalism. Exchanging information with health professional moderators in OHCs is the most important factor for stimulating functional PERP as well as diminishing dysfunctional PERP. Social support in OHCs plays an ambiguous role, often making patients behave in a strategic, uncooperative way toward physicians. Journal of Medical Internet Research

Quantified Self en demanding informed patient: trends die de gezondheidssector in toenemende mate digitaler maken

De digitalisering wordt in de gezondheidszorg steeds belangrijker. Lees over de drie trends, die in 2017 de gezondheidszorg zullen beïnvloeden. 1. De globalisering van geneesmiddelen resp. medische diensten In tijden van digitalisering zijn medische diensten niet meer beperkt tot alleen lokale ziekenhuizen en artsen. Steeds vaker komen aanbieders voor, die onafhankelijk van ziekenhuizen en verzekeringsmaatschappijen […]
DigitaleZorg.nl

Miljoenenprogramma VIPP uit de startblokken: meer regie voor patiënt

Een groot deel van alle Nederlandse algemene ziekenhuizen zal in 2017 starten met projecten die ervoor moeten zorgen dat hun patiënten uiterlijk over anderhalf jaar hun gegevens minimaal als PDF-document kunnen downloaden naar hun eigen computer of app.

Het bericht Miljoenenprogramma VIPP uit de startblokken: meer regie voor patiënt verscheen eerst op SmartHealth.

SmartHealth

Patiënt zelf aan het roer van eigen zorg

Wij interviewden Joost Bruggeman, founder Siilo, op Mobile Healthcare over de recente ontwikkelingen in de ehealthcare. Joost deelt met ons zijn visie op patiëntdossiers en privacyproblemen. Daarnaast vertelt hij wat in zijn ogen de toekomst van mobile healthcare is.

Bekijk het interview

Transcript van het interview

Wat ziet u nu als de meest actuele ontwikkeling binnen de mobile healthcare?

De meest actuele ontwikkeling is het meest recent genomen besluit in de Eerste Kamer dat het patiëntendossier bij de patiënt ligt. Dat is denk ik waar heel veel in gaat gebeuren, de komende jaren.

Wat voor gevolgen denkt u dat dat gaat hebben?

Ik denk dat het een groot deel van de patiënten enorm gaat stimuleren om zelf ook aan het roer te staan van hun eigen zorg.

En wat betekent uw bedrijf daarin, in deze nieuwe beleidsvorm?

Nog niks. Siilo is op dit moment heel erg bezig en gericht op de zorgverleners zelf. Wij geloven er wel heel erg in dat uiteindelijk de connecties gelegd moeten gaan worden op een mobiel platform, tussen de zorgverleners en de patiënt uiteraard, maar wij zitten heel erg nog op het privacyprobleem en hoe de zorgverleners op dit moment in de zorg communiceren.

Hoe tackelen jullie dat privacyprobleem?

Wij hebben een app ontwikkeld die vergelijkbaar is met WhatsApp. We hebben daar een aantal maatregelen voor genomen, zodat die app bruikbaar is in de zorg. Dat betekent dat we een aantal security measurements hebben genomen. Een voorbeeld is dat we bijvoorbeeld de data op de telefoon ook versleutelen en pas toegankelijk maken middels een pincode.

Hoe ziet u de toekomst van de mobile healthcare?

Ja, dat is heel moeilijk om te zeggen, want we staan helemaal aan het begin van een exponentiële curve. Het enige wat ik ervan kan zeggen op dit moment; wat ik zie is wat een grote rol gaat spelen is de interconnectiviteit. Dat is ook waar wij op inspelen en wat wij zien. Maar hoe de mobile healthcare er uiteindelijk uitziet; ik vind het heel moeilijk om daar echt iets zinnigs over te zeggen.

Is het dus belangrijk om op conferenties zoals deze te blijven komen?

Ja, absoluut. Nee, dat is heel belangrijk. Je krijgt hier grote partijen, kleinere partijen. Hier komt iedereen die met hart en ziel echt in de zorg bezig is met deze ontwikkeling. Die kruisbestuiving van al die verschillende actoren in de zorg zorgt er gewoon voor dat je het gevoel hebt van “hier gebeurt echt iets, we zijn met zijn allen ergens mee bezig”. Dat is gaaf.

Mobile Healthcare 2017

Volgend jaar wordt Mobile Healthcare georganiseerd op 23 november 2017! Wilt u Mobile Healthcare 2017 niet missen en als eerste op de hoogte zijn van programma updates? Laat dan uw gegevens achter!

The post Patiënt zelf aan het roer van eigen zorg appeared first on Mobile Healthcare Congres & iZone.

Mobile Healthcare Congres & iZone

Variations in Facebook Posting Patterns Across Validated Patient Health Conditions: A Prospective Cohort Study

Background: Social media is emerging as an insightful platform for studying health. To develop targeted health interventions involving social media, we sought to identify the patient demographic and disease predictors of frequency of posting on Facebook. Objective: The aims were to explore the language topics correlated with frequency of social media use across a cohort of social media users within a health care setting, evaluate the differences in the quantity of social media postings across individuals with different disease diagnoses, and determine if patients could accurately predict their own levels of social media engagement. Methods: Patients seeking care at a single, academic, urban, tertiary care emergency department from March to October 2014 were queried on their willingness to share data from their Facebook accounts and electronic medical records (EMRs). For each participant, the total content of Facebook posts was extracted. Using the latent Dirichlet allocation natural language processing technique, Facebook language topics were correlated with frequency of Facebook use. The mean number of Facebook posts over 6 months prior to enrollment was then compared across validated health outcomes in the sample. Results: A total of 695 patients consented to provide access to their EMR and social media data. Significantly correlated language topics among participants with the highest quartile of posts contained health terms, such as “cough,” “headaches,” and “insomnia.” When adjusted for demographics, individuals with a history of depression had significantly higher posts (mean 38, 95% CI 28-50) than individuals without a history of depression (mean 22, 95% CI 19-26, P=.001). Except for depression, across prevalent health outcomes in the sample (hypertension, diabetes, asthma), there were no significant posting differences between individuals with or without each condition. Conclusions: High-frequency posters in our sample were more likely to post about health and to have a diagnosis of depression. The direction of causality between depression and social media use requires further evaluation. Our findings suggest that patients with depression may be appropriate targets for health-related interventions on social media.
Journal of Medical Internet Research

MedMij begint nu ook voor patiënt vorm te krijgen

MedMij, het programma dat patiënten meer grip moet geven op hun eigen gezondheidsgegevens begint nu ook voor patiënten vorm te krijgen. Vandaag zijn de eerste MedMij-standaarden gepubliceerd waaraan persoonlijke gezondheidsomgevingen en ICT-systemen moeten voldoen om goed, veilig en betrouwbaar gegevens uit te kunnen wisselen. Tegelijk beginnen op verschillende plaatsen in het land kleine proeven, waarbij patiëntgegevens worden uitgewisseld tussen patiënt en zorgverlener.

De eerste MedMij-standaarden richten zich op medicatie, laboratoriumuitslagen, allergieën en metingen van de patiënt zelf. In 2017 volgen er meer standaarden. MedMij breidt zich dan met meer dan twintig nieuwe standaarden uit naar andere sectoren van zorg en gezondheid. Volgend jaar staat het toetsen en evalueren van de standaarden, basiseisen en afspraken centraal. Door MedMij kan straks iedereen die dat wil online zijn eigen gezondheidsgegevens verzamelen en gebruiken. Veilig en uit allerlei bronnen. Dit geeft mensen meer grip op hun eigen gezondheid.

Proefomgevingen

De eerste proefomgevingen gaan van start. In Rotterdam tekende MedMij met het Havenziekenhuis, het Franciscus Gasthuis & Vlietland, Curavista en VANAD Enovation een samenwerkovereenkomst. “Als patiënten dit willen sturen wij meetwaarden van deze ziekenhuizen naar de persoonlijke gezondheidsomgeving van longpatiënten. We zorgen dat patiënten deze informatie zelf aan kunnen vullen en delen met andere zorgaanbieders.” Zegt Esther van Noort van Curavista. In Groningen werkt MedMij samen met Zorgbelang Groningen, Zodos en huisartsengroepspraktijk Hommesplein te Winschoten. Daar koppelen diabetespatiënten hun eigen draadloze weegschalen, bloeddrukmeters en glucosemeters aan hun persoonlijke gezondheidsomgeving. De zelfmeetgegevens worden in de proef uitgewisseld met de huisarts. Door uit te wisselen via MedMij is het straks in Groningen ook mogelijk vanuit een persoonlijke gezondheidsomgeving met het ziekenhuis te communiceren.

Meer informatie

Heeft u vragen over MedMij? Neem dan contact op met Thom Meens . Heeft u vragen over de MedMij-standaarden? Neem dan contact op met Irene van Duijvendijk.

Nictiz

Correction of: Exploring Concordance of Patient-Reported Information on PatientsLikeMe and Medical Claims Data at the Patient Level

abstract
Journal of Medical Internet Research

Design and Testing of BACRA, a Web-Based Tool for Middle Managers at Health Care Facilities to Lead the Search for Solutions to Patient Safety Incidents

Background: Lack of time, lack of familiarity with root cause analysis, or suspicion that the reporting may result in negative consequences hinder involvement in the analysis of safety incidents and the search for preventive actions that can improve patient safety. Objective: The aim was develop a tool that enables hospitals and primary care professionals to immediately analyze the causes of incidents and to propose and implement measures intended to prevent their recurrence. Methods: The design of the Web-based tool (BACRA) considered research on the barriers for reporting, review of incident analysis tools, and the experience of eight managers from the field of patient safety. BACRA’s design was improved in successive versions (BACRA v1.1 and BACRA v1.2) based on feedback from 86 middle managers. BACRA v1.1 was used by 13 frontline professionals to analyze incidents of safety; 59 professionals used BACRA v1.2 and assessed the respective usefulness and ease of use of both versions. Results: BACRA contains seven tabs that guide the user through the process of analyzing a safety incident and proposing preventive actions for similar future incidents. BACRA does not identify the person completing each analysis since the password introduced to hide said analysis only is linked to the information concerning the incident and not to any personal data. The tool was used by 72 professionals from hospitals and primary care centers. BACRA v1.2 was assessed more favorably than BACRA v1.1, both in terms of its usefulness (z=2.2, P=.03) and its ease of use (z=3.0, P=.003). Conclusions: BACRA helps to analyze incidents of safety and to propose preventive actions. BACRA guarantees anonymity of the analysis and reduces the reluctance of professionals to carry out this task. BACRA is useful and easy to use.
Journal of Medical Internet Research