Virtual Visits for Acute, Nonurgent Care: A Claims Analysis of Episode-Level Utilization

Background: Expansion of virtual health care—real-time video consultation with a physician via the Internet—will continue as use of mobile devices and patient demand for immediate, convenient access to care grow. Objective: The objective of the study is to analyze the care provided and the cost of virtual visits over a 3-week episode compared with in-person visits to retail health clinics (RHC), urgent care centers (UCC), emergency departments (ED), or primary care physicians (PCP) for acute, nonurgent conditions. Methods: A cross-sectional, retrospective analysis of claims from a large commercial health insurer was performed to compare care and cost of patients receiving care via virtual visits for a condition of interest (sinusitis, upper respiratory infection, urinary tract infection, conjunctivitis, bronchitis, pharyngitis, influenza, cough, dermatitis, digestive symptom, or ear pain) matched to those receiving care for similar conditions in other settings. An episode was defined as the index visit plus 3 weeks following. Patients were children and adults younger than 65 years of age without serious chronic conditions. Visits were classified according to the setting where the visit occurred. Care provided was assessed by follow-up outpatient visits, ED visits, or hospitalizations; laboratory tests or imaging performed; and antibiotic use after the initial visit. Episode costs included the cost of the initial visit, subsequent medical care, and pharmacy. Results: A total of 59,945 visits were included in the analysis (4635 virtual visits and 55,310 nonvirtual visits). Virtual visit episodes had similar follow-up outpatient visit rates (28.09%) as PCP (28.10%, P=.99) and RHC visits (28.59%, P=.51). During the episode, lab rates for virtual visits (12.56%) were lower than in-person locations (RHC: 36.79%, P<.001; UCC: 39.01%, P<.001; ED: 53.15%, P<.001; PCP: 37.40%, P<.001), and imaging rates for virtual visits (6.62%) were typically lower than in-person locations (RHC: 5.97%, P=.11; UCC: 8.77%, P<.001; ED: 43.06%, P<.001; PCP: 11.26%, P<.001). RHC, UCC, ED, and PCP were estimated to be $ 36, $ 153, $ 1735, and $ 162 more expensive than virtual visit episodes, respectively, including medical and pharmacy costs. Conclusions: Virtual care appears to be a low-cost alternative to care administered in other settings with lower testing rates. The similar follow-up rate suggests adequate clinical resolution and that patients are not using virtual visits as a first step before seeking in-person care. Journal of Medical Internet Research

Quantified Self en demanding informed patient: trends die de gezondheidssector in toenemende mate digitaler maken

De digitalisering wordt in de gezondheidszorg steeds belangrijker. Lees over de drie trends, die in 2017 de gezondheidszorg zullen beïnvloeden. 1. De globalisering van geneesmiddelen resp. medische diensten In tijden van digitalisering zijn medische diensten niet meer beperkt tot alleen lokale ziekenhuizen en artsen. Steeds vaker komen aanbieders voor, die onafhankelijk van ziekenhuizen en verzekeringsmaatschappijen […]
DigitaleZorg.nl

Session: Public E-Health

Session: Public E-Health
e-health
Image by Medicine 2.0
Sept. 17, CR3, 3:30pm. Unable to attend in person, Amy Mckeown presents via video "Computerised Cognitive-behavioural Therapy for Prevention and Early Intervention in Anxiety and Depression: A Case Study of Xanthis"

Vernieuwd: nationale classificatie contra-indicaties/voorzorgen voor medicatiebewaking

De Nationale Classificatie Contra-Indicaties/voorzorgen (NCI-lijst) helpt zorgverleners in ‘dezelfde taal’ contra-indicaties uit te wisselen, waardoor patiënten een medicatietherapie op maat krijgen.

De NCI-lijst voor 2017 is aangepast. Contra-indicaties zijn aandoeningen of kenmerken van patiënten waarbij bepaalde geneesmiddelen niet of slechts onder bepaalde voorwaarden toegepast mogen worden. Het is daarom belangrijk dat zorgverleners over de meest actuele contra-indicaties van patiënten beschikken om het risico op complicaties en/of verdere achteruitgang te voorkomen. De NCI-lijst ondersteunt voorschrijvers en apothekers bij het bepalen van de juiste geneesmiddeltherapie.

​Aanpassingen

In de lijst zijn negen contra-indicaties toegevoegd waarbij het genotype een rol speelt. Zo speelt het genotype ‘MTHFR 677CC (wild type)’ een rol in het foliumzuurmetabolisme en speelt het genotypo ‘HLA-B*1502-negatief’ een rol bij afweerreacties tegen een geneesmiddel.

De contra-indicaties Levercirrose (gedecompenseerd) en Levercirrose (nog niet gedecompenseerd) zijn samengevoegd tot één contra-indicatie Levercirrose. Voor de bewaking op levercirrose als contra-indicatie is de Child-Pugh-classificatie bepalend. Deze classificatie geeft de ernst van de levercirrose aan. Doordat de Child-Pugh-classificatie niet aansluit bij het onderscheid tussen gedecompenseerd en nog niet gedecompenseerd zijn ze tot één contra-indicatie samengevoegd.

​De omschrijving van contra-indicatie Endometriumcarcinoom is aangepast. Deze contra-indicatie geldt voor vrouwen die een baarmoedersparendebehandeling hebben ondergaan.

Communiceren in ‘dezelfde taal’

Zorgverleners wisselen steeds meer gegevens uit met elkaar. Omdat ze verschillende codestelsels gebruiken om contra-indicaties vast te leggen, is er één NCI-lijst ontwikkeld. Deze ondersteunt softwareleveranciers bij het ‘vertalen’ van codes uit verschillende stelsels, zodat de informatie overal eenduidig is.

​Samenwerking

De NCI-lijst is tot stand gekomen in samenwerking tussen Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), Stichting Health Base (SHB), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Federatie Medisch Specialisten (FMS) en Nictiz.

​Meer informatie

U vindt de NCI-lijst in het terminologiecentrum van Nictiz. Het doel van dit centrum is het inzicht in en juist gebruik van terminologie- en codestelsels te bevorderen. Neem voor meer informatie over de lijst contact op met Gert Koelewijn via e-mail of twitter.

Nictiz

Bijeenkomst: Ontwikkelen van gebruiksvriendelijke eHealth

Gebruiksvriendelijkheid is een voorwaarde voor succesvol gebruik van eHealth. Voor het slagen van sommige eHealth-diensten, zoals een eConsult bij de huisarts, blijkt gebruiksvriendelijk zelfs een van de hoogste drempels voor gebruik te zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om factoren als functionaliteit, toegankelijkheid, snelheid, efficiëntie en persoonlijk contact. 

Maar hoe zorg je dat eHealth-diensten gemakkelijk te gebruiken zijn en dat de informatie die wordt overgedragen toegankelijk is? En hoe betrek je patiënten bij dit proces? Hoe laat je hen mee-ontwikkelen en testen? Hoe hou je rekening met verschillen in (digitale) gezondheidsvaardigheden en mate van geletterdheid tussen patiënten? Hoe betrek je hen erbij, hoe motiveer je hen een bijdrage te leveren, wat doe je met feedback en hoe koppel je terug wat je met de input van patiënten doet? 

Om rond bovenstaande vragen praktische inzichten en ervaringen te delen organiseren we op 16 maart tijdens de Zorg en ICT beurs samen met Pharos de bijeenkomst ‘Ontwikkeling van gebruiksvriendelijke eHealth’. Tijdens deze dag delen we ervaringen, doorvoelen we waarom gebruiksvriendelijkheid een randvoorwaarde is voor succes en wisselen we knelpunten, ideeën en tips uit. 

We werken gezamenlijk, met input van patiënten, ontwikkelaars, zorginstellingen en andere betrokkenen tot een overzicht wat gebruiksvriendelijke eHealth is, en tot een concrete checklist om al tijdens het ontwikkelproces van eHealth-diensten de gebruiksvriendelijkheid te waarborgen. De focus ligt op eHealth-toepassingen die te vinden zijn in  een portaal of binnen een persoonlijke gezondheidsomgeving.

Enthousiast geworden? Meld je aan via dit online aanmeldformulier!

Praktische informatie
Datum: Donderdag 16 maart 2017
Tijd: 13.00 tot 17.30 uur (Inloop vanaf 12.45 uur, borrel vanaf 16.30 uur) 
Locatie: Theaterzaal 9 beurs Zorg en ICT, Jaarbeurs Utrecht
Programma: Bekijk het volledige programma
Doelgroep: De bijeenkomst is bedoeld voor (vertegenwoordigers van) patiënten en zorgverleners, leveranciers, ontwikkelaars en medewerkers van zorgorganisaties, zoals project- en programmaleiders, en beleidsmedewerkers op het gebied van portalen en eHealth. Er is slechts een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Bij grote belangstelling geven wij voorrang aan aanmeldingen van platformleden en personen binnen de doelgroep. 

Deze bijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van Pharos ​(expertiecentrum gezondheidsverschillen) en Nictiz.

Nictiz

New Report On Connected Apps in Healthcare

In an evaluation developed in partnership with SMART and funded by the Office of the National Coordinator for Health Information Technology (ONC), KLAS Research spoke with clinical leaders at nearly 50 healthcare organizations about how they select and use clinical apps today, what they would like to see in the future, and the concerns they … Continue reading “New Report On Connected Apps in Healthcare”
SMART Health IT

How do patents affect research investments?

  Biowebspin, January 30th, 2016

How do patents affect research investments?

by Heidi L. Williams, 2017

While patent systems have been widely used both historically and internationally, there is nonetheless a tremendous amount of controversy over whether patent systems – in practice – improve the alignment between private returns and social contributions. In this paper, I describe three parameters – how the disclosure function affects research investments, how patent strength affects research investments in new technologies, and how patents on existing technologies affect follow-on innovation – needed to inform the question of how patents affect research investments, and review the available evidence which has attempted to empirically estimate these parameters.

  Get Full text: PDF-icon

The post How do patents affect research investments? appeared first on Biowebspin.

Biowebspin

Visita ao Hospital de Câncer de Barretos

Visita ao Hospital de Câncer de Barretos
hospital
Image by Dr.Sandro

PALGA, IKNL en Nictiz werken aan eenheid van taal in de gezondheidszorg

PALGA, IKNL en Nictiz hebben onlangs een intentieverklaring ondertekend om de PALGA thesaurus te koppelen aan SNOMED CT. Het project draagt bij aan de ambitie om te streven naar eenheid van taal in de gezondheidszorg. Dit houdt in dat de vastgelegde gegevens in PALGA makkelijk uit te wisselen zijn met EPD’s van ziekenhuizen, multidisciplinaire overleggen (MDO’s) en de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).



​SNOMED CT

Doordat de PALGA thesaurus aan SNOMED CT wordt gekoppeld, komt één klinisch vocabulair tot stand. Zo kunnen ook niet PALGA gebruikers de opgeslagen pathologische gegevens op een eenduidige manier interpreteren. PALGA stelt pathologiegegevens voor wetenschappelijk onderzoek beschikbaar en gaat de gebruikte zoektermen in SNOMED CT aan onderzoekers verstrekken, zodat zij deze vermelden in publicaties. Hiermee wordt vergelijken met (internationaal) onderzoek uit andere domeinen in de gezondheidszorg mogelijk. 

​IKNL beheert de Nederlandse Kanker Registratie (NKR) en investeert op het gebied van landelijke richtlijnen en het registratieproces voor de NKR. In het innovatieprogramma OncolinQ werkt IKNL samen met specialisten aan gestructureerde verslaglegging en beslissingsondersteuning van het MDO. Hiervoor is het belangrijk dat de klinische terminologie is voorzien van SNOMED CT coderingen. 

Meervoudig gebruik elektronische gegevens ‘registratie aan de bron”

Met PALGA werkt IKNL aan elektronische gegevensuitwisseling tussen het pathologie- en MDO-verslag in de EPD’s, waardoor specialisten in de voorbereiding van het MDO geen gegevens meer hoeven over te typen. Dit sluit aan op de wens van het zorgveld. Het SNOMED CT National Release Center van Nictiz verleent ondersteuning aan PALGA en IKNL om dit te realiseren. 

Ontwikkeling en planning

In fase 1 ontwikkelen de partijen een vertaaltabel van de PALGA-thesaurus naar SNOMED CT. Daarna kunnen de SNOMED CT-coderingen worden toegevoegd aan de PALGA-database. Na aanpassing van de protocolsoftware in fase 2 is toevoegen van SNOMED CT coderingen mogelijk. Deze protocol-SNOMED-data zijn dan klaar voor aanlevering in het MDO. Het project is eind 2017 afgerond. 

Nictiz

Commencing and Persisting With a Web-Based Cognitive Behavioral Intervention for Insomnia: A Qualitative Study of Treatment Completers

Background: Computerized cognitive behavioral therapy for insomnia (CCBT-I) has a growing evidence base as a stand-alone intervention, but it is less clear what factors may limit its acceptability and feasibility when combined with clinical care. Objective: The purpose of this study was to explore barriers and facilitators to use of an adjunctive CCBT-I program among depressed patients in a psychiatric clinic by using both quantitative and qualitative approaches. Methods: We conducted the qualitative component of the study using face-to-face or telephone interviews with participants who had enrolled in a clinical trial of a CCBT-I program as an adjunctive treatment in a psychiatric clinical setting. In line with the grounded theory approach, we used a semistructured interview guide with new thematic questions being formulated during the transcription and data analysis, as well as being added to the interview schedule. A range of open and closed questions addressing user experience were asked of all study participants who completed the 12-week trial in an online survey. Results: Three themes emerged from the interviews and open questions, consistent with nonadjunctive CCBT-I implementation. Identification with the adjunctive intervention’s target symptom of insomnia and the clinical setting were seen as key reasons to engage initially. Persistence was related to factors to do with the program, its structure, and its content, rather than any nonclinical factors. The survey results showed that only the key active behavioral intervention, sleep restriction, was rated as a major problem by more than 15% of the sample. In this clinical setting, the support of the clinician in completing the unsupported program was highlighted, as was the need for the program and clinical treatment to be coordinated. Conclusions: The use of a normally unsupported CCBT-I program as an adjunctive treatment can be aided by the clinician’s approach. A key behavioral component of the intervention, specific to insomnia treatment, was identified as a major problem for persistence. As such, clinicians need to be aware of when such components are delivered in the program and coordinate their care accordingly, if the use of the program is to be optimized. ClinicalTrial: Australian and New Zealand Clinical Trials Registry ACTRN12612000985886; https://www.anzctr.org.au/Trial/Registration/TrialReview.aspx?id=362875&isReview=true (Archived by WebCite at http://www.webcitation.org/6njjhl42X)
Journal of Medical Internet Research